Daniël Lohues. Nee, er zijn niet veel levende mensen die mij zo in hart en nieren weten te raken. Gisteravond was ik in het Atlas Theater voor zijn voorstelling en was het weer raak. Al met al treedt hij al zo'n vijftien jaar op met kameraad Bernard Gepken (sublieme begeleiding) en inmiddels zo'n tien jaar met Reyer Zwart (basgeluid om van te smullen).
Vanavond knoopt Lohues schijnbaar moeiteloos kennis uit de kwantumfysica aan Pasen. Hij speelt met taal en cultuur en kiest ervoor zich niet aan te passen. Met een prachtige focus op en in de muziek. Zijn liederen vallen als een perfect samengestelde liturgie in de voorstelling en winnen daardoor nog meer aan zeggingskracht.
Lohues verbindt zijn kindertijd, waarin hij indiaantje speelde, met de gebeden van Native Americans en met het zoeken naar het hogere in het zingen. Aan verbeeldingskracht geen gebrek. Hij haalt zijn herinneringen zo terug dat ik ze voor me zie. Zo zit ik weer in de volle kerk met Pasen. Ik zie hoe de kaarsjes worden ontstoken. Ik voel de heimwee naar die magie, het verlangen naar de rijke rituelen van toen. Nu beleef ik ze weer.
Als theoloog smul ik van de onderlagen die hij aanraakt en van hoe hij, al dan niet ingegeven door een vraag, delen van zijn eigen liedteksten plaatst naast de Griekse mythologie. Vleugelties van keersevet. Hoger nog. Dat moet ik nog eens nalezen.
Dat vonkje zet hij moeiteloos aan. In alle rust geeft Daniël zijn voorstelling de diepgang mee waar menig pastoor of dominee in deze tijd mee worstelt. Lohues verbindt. Lumen Christi.
Ja, en de wind maar waaien. Met een uitverkochte zaal maken we met Lohues een reis door het heelal. Dieper dan een mens denken kan. Op een berg sta ik te kijken naar vallende sterren, terwijl Joost, Daniëls kameraad, langskomt om te zeggen dat het niets meer is dan schroot. Niet het goede antwoord natuurlijk. Nee.
Die neiging om ons leven met enige nederigheid te aanschouwen is sowieso iets dat Lohues met de paplepel kreeg ingegeven. Hoe hij over zijn vak praat bijvoorbeeld: dat muziek maken, spelen, eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is. En ondertussen sluipen er volgens mij hooggeachte stukken van Mozart schijnbaar moeiteloos door zijn improvisaties heen. Ha, wat een vrijheid. Als muzikant kan ik daar zo jaloers van worden, én van genieten.
Jarenlang jaagt Daniël trouwens de leegte en de vrijheid na op de prairies. Daar is hij graag. Maar wat is dat toch met al dat najagen? En wat is het dat wij hier met elkaar najagen op dit kleine ronde bolletje? Nee, het antwoord hoeft niet direct te komen. Rustig aan. De wereld is ja nait roazend moakt.
Ik had mezelf nog wel zo beloofd om vanavond niet zo te gaan vliegen, maar sommige dingen kun je simpelweg niet tegenhouden of bij de ander wegnemen. Jemig, wat een rijke avond! Wat een geluk. En het is waar: voorbij de horizon houd ik van Daniël om wie hij is, om wat hij maakt en om hoe hij mij raakt. In een decor vol sterren schiet Widikind door mijn gedachten. Ja, door de tijd heen hebben we met elkaar iets achtergelaten, maar er is ook iets tijdloos dat ons verbindt: de liefde. Deo gratias!