Mijn excuses voor het ongemak dat je nu in dit kooitje zit. Ik zie dat je eruit wilt. Ik wil je ook wel redden, zoals ik met andere insecten doe, maar jij mag hier niet zijn. Je bent een bedreiging voor de honingbij, dus ik mag je niet bevrijden, zoals je ziet.
Het is hier dat ik van mijn natuur ben afgesneden. Het spijt me dat wij mensen zo zijn afgegleden.
Jij kwam hier, net als ik, ook maar toevallig terecht. Daar hebben jij en ik niet om gevraagd. Je probeert er het beste van te maken, maar mensen bepalen hier de regels. Zo gaan op aarde die zaken.
Ik kan het ook niet goed uitleggen waarom we het zo doen. Wij mensen gooien aan de andere kant van de planeet bommen, tekens van bezitterigheidsbegeerte en macht. Er zijn verliezers, zeker: insecten, ijskappen, hoornaars, Aziaat of niet, de prachtige aarde en natuurkracht.
Ooit is de mensheid niet meer afgesneden en mag alle leven op elke plek gewoon bestaan. Een mooie droom om aan te werken, maar daar heb jij in je dodencel nu helemaal niets aan.
Jij moet hier sterven, dat is de wet van onze natuur. Ik wens je een zachte dood, zo in je allerlaatste uur.
Wie exoot is bepaalden jij en ik niet deze eeuw, maar soms denk ik, zouden hoornaars de mensheid in een kooi moeten stoppen, met ons verwoestende geweld en dom geschreeuw.
Je hebt namelijk geen idee van de schade die mijn soort aanricht. Nu heb ik je op je sterfbed dat verteld, in al je vrijheid heb je mij daartoe niet eens verplicht.