Moet je in God geloven om in de kerk te kunnen meezingen met de liederen?
Die vraag kreeg ik onlangs. Ik antwoordde: ‘Nee, dat hoeft niet.’ zonder uitleg. Nu mag je van een theoloog wel een uitleg verwachten, dus daar komt ie.
Godsdienst behoort tot het terrein van de kunsten; theologie is niet voor niets ondergebracht onder de geesteswetenschappen. Het is dus geen wetenschap die gaat over aannames op basis van toetsing van kaders en randvoorwaarden. Anders gezegd: we weten niet of er een god of goden bestaan.
We weten wel dat mensen, zolang ze bestaan, vragen hebben over het mens-zijn, zoeken naar verbinding, woorden zoeken voor transcendente ervaringen, verhalen maken en doorgeven om je aan te laven, troost uit te putten, houvast en richting te vinden. Wat betekent het om mens te zijn? Godsdienst is iets absurds, anders gezegd een heilzame illusie. De mensheid kan blijkbaar niet zonder. De verhalen zijn er al eeuwen en eeuwen, en aan het eind is het misschien het enige wat overblijft.
Gelooft een theoloog dan niet altijd in God? Wat God is, daar zijn gek genoeg ‘de meningen’ over verdeeld. Het is, net als het woord ‘geloven’, een woord waar je uren met elkaar over kunt praten over wat het voor jou betekent. Zoals ik naar de bijbelverhalen kijk- een boek waaruit ik iets zou kunnen begrijpen van wat God is- is de mens bedoeld om een vrij wezen te zijn. Abraham had de keus of hij zijn zoon zou doden, de barmhartige Samaritaan had door kunnen lopen, om maar twee voorbeelden te noemen die je misschien nog kent. In het kiezen, en in het dragen van de gevolgen, daar word je als mens zichtbaar.
Moet je dan voor God kiezen? Is het zo zwart-wit? Voor mij niet. Fundamentalisme doodt voor mij het leven. Wat God is, weet ik na mijn opleiding theologie nog minder dan toen ik eraan begon, maar iets van het mysterie van leven, inspiratie, verwondering, goedheid, schoonheid en waarheid licht op in de absurdheid van dingen die wij mensen met elkaar verzinnen en meemaken.
Zo verzinnen we ook kerkliederen, zingen we voor een God waarvan we geen idee hebben wat we bedoelen. Zij die het wel weten, wijzen naar Jezus als voorbeeld, leidsman, schepper, verlosser, voltooier. Wat dat betekent blijft vaak in het midden, of er is enige consensus met gelijkstemden.
Er worden aan God woorden gegeven die ons denken overstijgen en ons leiden naar de wereld van de verbeelding. Onze woorden schieten eigenlijk altijd tekort. We kennen immers maar zo’n klein stukje van wat hier op aarde is en was. Wie zijn wij om elkaar met onze aannames vliegen af te vangen, om de oren te slaan, te zeggen hoe het zit? Ik waag me daar niet aan.
Wie zich dichtbij de preekstoel begeeft, zou in mijn ogen altijd voorzichtigheid moeten betrachten. Ook omwille van de macht die anderen eraan toedichten. Overal zijn er afspraken over volgorde en wie wat doet, net als in een huis of in een band, maar laat het binnen die kaders vrij.
Zing mee als jij voelt dat je zingen wil. Laat de absurditeit van het moment je niet beletten je stem te laten horen. Te voelen hoe het is om mens te zijn. De man of vrouw die naast je staat en zijn oordeel over je uitspreekt, zegt dat hij het precies weet, weet net zo weinig als jij en ik.
Wat houd je tegen?